Hoofdmenu

Actueel

4 mei, Dodenherdenking, voor wie?

 Loesje

Vanaf mijn vroegste jeugd herinner ik me dat moment van stilte. Niet opgelegd, het was onderdeel van het leven in ons (Joodse) gezin. Als het mooi weer was en we buiten speelden, werden we bijtijds binnengeroepen. Aanvankelijk zaten we om de radio heen, later bij de tv, om de gebeurtenissen te volgen en voor ons, kinderen, vooral ook om op tijd stil te zijn. De Last Post klonk, daarna de stilte en dan het, ja, als bevrijdend klinkende Wilhelmus.  Ons volkslied, waar vaak kritiek op is, de tekst verouderd, de melodie niet van deze tijd , ontroerde en ontroert me op 4 mei nog steeds. Omdat het dan de vrijheid karakteriseert.

De persoonlijke pijn van mijn ouders was voelbaar, al werd die niet uitgesproken.

Of wij iets lieten merken van ons kinderlijke meeleven met hun leed, weet ik niet. Het gevoel was wel heel oprecht. Wij snapten heel goed dat voor hen de oorlog nog geen geschiedenis was. Overigens, bij de geschiedenisles hoorde de oorlog kennelijk ook nog niet, ik kan me niet herinneren dat er op school ooit aandacht aan besteed werd.

Ik werd volwassen, mijn ouders waren er niet meer, de Dodenherdenking op 4 mei bleef. Ook mijn kinderen beleefden het mee, elk jaar. Terecht werd de aanleiding voor de herdenking nu op scholen besproken en getoond. Mijn kinderen brachten een bezoek aan Westerbork, de school adopteerde een monument. De Tweede Wereldoorlog ging onderdeel uitmaken van de geschiedenisles. De waaromvraag hoeft nauwelijks gesteld te worden. Over de hele wereld worden nog steeds oorlogen gevoerd, mensen gediscrimineerd om hun overtuiging, geaardheid of levenswijze.

Mevrouw Hanna Luden van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) stelt, dat 4 mei exclusief de Tweede Wereldoorlog moet blijven herdenken. Ik ben dat absoluut niet met haar eens. Om herdenken inhoud te geven, moeten we de geschiedenis kennen. Tot zoverre ja, herdenken kun je alleen als je iets van het verleden weet. Er zijn nog maar weinig mensen over, die over die periode kunnen vertellen. Dus om jonge mensen toch enig begrip te kunnen bijbrengen, moet je de feiten in een herkenbare context plaatsen. Als ouder en oud-docent weet ik, dat de mens het  beste leert als hij zich kan verplaatsen in de situaties waarin mensen toen verkeerden. Helaas hebben we in deze tijd nog voorbeelden genoeg om die noodzakelijke context te bieden. Ja, vluchtelingen zijn er nu ook , kampen vol, al of niet door onze Europese onverschilligheid. Homo’s worden vervolgd, vermoord zelfs. Discriminatie van Joden, Christenen én Moslims.  

Als we geen verbanden leggen tussen het verschrikkelijke verleden en de even zo verschrikkelijke situaties in het heden, missen we een kans. Onze samenleving dreigt al zo verscheurd te raken. Door de opstelling van het CIDI wordt dat niet beter. Het bevordert het wij/zij-denken daar waar de maatschappij juist eenheid behoeft. Willen wij dat kinderen van nu de Tweede Wereldoorlog herdenken, dan moeten we hun ook de ruimte bieden, het leed te gedenken dat hun ouders, grootouders en andere familieleden is aangedaan. Zo wordt 4 mei ook voor hen inhoudelijk een begrip.

Gelukkig heeft Rabbijn Lody van der Kamp dat ook begrepen. Met zijn uitspraak, dat de misdaad van het menselijk falen toen, ook de misdaad van het menselijk falen van nu is, toont hij dat. Hij zal aan beide denken. Voor de huidige generaties zal dat hard nodig zijn.

Laten we de Dodenherdenking de waarde toekennen die haar toekomt. Oprecht terugkijken op het verleden, onderbouwd met de wetenschap van nu, dat we er nog steeds niet van geleerd hebben. Met Last Post en met Wilhelmus. 

Tot slot, “die Gedanken sind frei”. Dat betekent ook dat het CIDI niet kan bepalen, wie we herdenken.

Miriam Vaz Dias

Plaats reactie