Diverse

Mijn tante Fie Noach, geboren in de verkeerde tijd.

Categorie: Diverse
Geschreven: dinsdag 30 augustus 2016 17:43
Gepubliceerd: dinsdag 30 augustus 2016 17:43
Geschreven door Miriam

Fie 2

Sophia Noach was haar naam, geboren in december 1906. Ze was de zes jaar oudere zuster van mijn moeder en ze werd Fie genoemd, kort en vooral krachtig.  Streng ook, een echte schooljuffrouw van de oude stempel. Een wit kanten bloes met een hoge boord, waarop een zilveren speld prijkte. Daaronder een donkere rok en stevige schoenen. Een ander beeld heb ik niet van haar.

Ik zag haar ook niet vaak. Hoewel Fie en mamma de enigen waren van het gezin, die de oorlog overleefd hadden, kon je hun verhouding niet bepaald ‘close’ noemen.

Ik geloof dat mamma wel eens naar Zwolle ging voor een kort bezoekje, maar daar bleef het ook bij. Nee, dan Fietje, dat was een ander verhaal, zij was een nichtje van mamma en ik kon uren luisteren naar hun telefoongesprekken. De enige gelegenheid waarop ik mamma onvervalst Zutphens kon horen spreken.

Wat betreft mijn vader en  zijn schoonzuster was er niet eens sprake van een verhouding. We hadden een brede voordeur maar hij en Fie konden daar niet samen door.  Ze hadden een totaal verschillende kijk op de wereld, vooral op die van na  ’40-’45.

Joods zijn was voor mijn vader na de oorlog misschien nog wel belangrijker dan daarvoor, hij was een trotse man en was ervan overtuigd dat joden moesten staan voor hun overtuiging. Maar Fie keerde het jodendom de rug toe en liet zich zelfs dopen. Een grotere kloof was nauwelijks denkbaar en voor pappa onoverbrugbaar. Als ze elkaar dan ook eens troffen, ging dat altijd mis. Ik herinner mij een verhaal waarin tante Fie bij ons kwam logeren. Dat liep faliekant mis en na een woordenwisseling kondigde zij aan dat ze naar huis ging. Ze pakte woedend haar koffer en staande bij de voordeur klonken de  woorden die voor eeuwig zijn opgeslagen in het collectieve familiegeheugen: ”Ik kan niet naar huis, want de trap is geverfd!”

Een jaar of vijftien geleden waren wij, zussen en schoonzus, in Zutphen. In de Spitaalstraat, waar mamma’s geboortehuis stond, liepen we een sigarenwinkel binnen. De oude man achter de toonbank kon zich de familie Noach nog goed herinneren. Vooral Fie, de onderwijzeres. Was dat niet die juffrouw die een verhouding met de hoofdonderwijzer had? We waren sprakeloos en hebben er later vreselijk om moeten lachen, onze steile tante, in  een verboden relatie?

Nooit had ik kunnen denken, dat de grap van toen een heel wrange bijsmaak zou krijgen. Een paar weken terug  waren we daar weer en we volgden een rondleiding door het oude joodse Zutphen. We stonden stil bij een groot doktershuis. Op de muur een plaquette, waarop vermeld dat in dat huis tien leden van twee families er ondergedoken waren geweest, van Krukziener en van Noach. Het bleek om Fie Noach te gaan. Een lesbische onderwijzeres, zoals onze gids vertelde. Ik was geschokt, had het nooit geweten, ineens keek ik met andere ogen naar haar. Wat moet zij het zwaar gehad hebben. In die tijd, joods en lesbisch zijn, dat was niet alleen voor de bezetter een dubbele vloek. In de familie waarschijnlijk onbespreekbaar of zelfs onbesproken. En de verhouding met die onderwijzer? Het zou me niets verbazen als hij haar op die manier een alibi voor de buitenwereld bezorgd heeft.

Ik had haar gegund dat ze in een andere tijd geboren was.

Miriam Vaz Dias                               30-8-2016