Hoofdmenu

Diverse

Mies, kruidenier Kilsdonk en het luciferdoosje

 luciferdoosje

Het is de laatste dag van februari, de zon schijnt, de lucht is blauw met hier en daar wolken als witte watten. Je zou zeggen, ideaal weer voor een wandelingetje. Maar ik blijf lekker binnen. Het is -6° en zoals Marco Verhoef gisteren al aankondigde, snijdend koud. Het waait behoorlijk zo te horen, maar de bomen zijn nog kaal, dus je ziet het niet. De sneeuwklokjes die er gisteren nog voorjaarsblij bij stonden, zijn nu gaan liggen en de rododendron heeft het zo koud, dat hij zijn blaadjes heeft opgerold.

Ik zit achter mijn scherm met de bedoeling een stukje te schrijven.

Ik wacht op inspiratie, maar die is ver te zoeken. Vrijwel dagelijks komt er iets voorbij, waarvan ik denk, hé, daar zou ik best over kunnen schrijven, zo niet vandaag. De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan ja, voor de rest van Nederland, hier in Leeuwarden hebben we in november al gestemd, toen had bijna niemand het daar over. Het voelt een beetje als buiten spel staan. En nu lees ik in de Consumentengids ook nog dat wij meer voor een pak koffie moeten betalen dan al die Randstedelingen, die toch al zo voorgetrokken worden. En over koffie gesproken, ineens weet ik weer waar ik over wilde schrijven. Over onze kruidenier!

De aanleiding was het overlijden van Mies. Nee, niet dat ze de koningin van alle omroepen is of zo, gewoon, een persoonlijke herinnering. Het was november 1962. De televisie had nog geen kleuren. Mies bestond voor ons alleen in zwartwit. Voor het eerst was er een grote liefdadigheidsactie. En het bijzondere voor ons was vooral, dat er vierentwintig uur achter elkaar beeld was. Geen testbeeld, geen dagsluiting door een dominee, zelfs geen omroepster die vertelde dat we nu wel naar bed konden gaan. Ik geloof trouwens dat ze in die tijd nog niet eens “welterusten” mocht zeggen, in elk geval niet bij de NCRV, dat was veel te intiem.

Het geld voor Het Dorp werd ingezameld in luciferdoosjes. Die kon je dan inleveren bij de kruidenier om de hoek. Bij ons in Dordrecht zat hij op de Blekersdijk en als ik me dat goed herinner, heette hij Kilsdonk. Het was nog geen zelfbedieningswinkel, er waren daar geen mandjes of boodschappenkarretjes. Je ging naar de toonbank, wachtte tot je aan de beurt was en deed je bestelling. Je betaalde, of liet het opschrijven en rekende op zaterdag af. Mijn moeder voelde daar niets voor, ze betaalde altijd contant. De winkel ging steevast om zes uur dicht, behalve op die novemberdag. Toen konden we ook ’s avonds nog terecht. Mijn zus en ik brachten ons luciferdoosje met daarin het geld, onze gift, zeg maar. Wat er daarna mee gebeurde, weet ik niet. Misschien bracht meneer Kilsdonk die doosjes naar een inzamelplaats en werden ze daar opgehaald. Of misschien moest hij alles uit de doosjes halen en zelf naar Mies brengen? Ik heb geen idee, het zal ongetwijfeld tot de laatste cent (die waren er toen nog!) bij haar terecht zijn gekomen. Ik weet nog dat ik het allemaal heel indrukwekkend vond. Wij waren er allemaal bij betrokken! Tegenwoordig maak je geld over naar een of andere rekening met een kort nummer en dat is het dan.

Luciferdoosjes zie ik eigenlijk ook nooit meer. Ach, en dat ik nou door Mies nog eens over Kilsdonk zou schrijven, dat had ik ook nooit gedacht.

Miriam Vaz Dias

Plaats reactie