Hoofdmenu

Op een mooie zomerdag…

 markt

Het is stil buiten, onze buren lijken  massaal op vakantie te zijn gegaan. Stonden er twee weken geleden nog caravans en campers in de straat, al dan niet met de deuren open en omringd door gasflessen, kinderfietsjes, dozen en boodschappentassen, nu is het leeg. Zoeken naar een parkeerplaats hoeft even niet.

Omdat het vrijdag is, wil ik even naar de markt. De zon komt er een beetje door, de wind is gaan liggen, kortom alles zit mee. Op weg naar de stad, passeer ik de Prinsentuin, de jachthaven ligt vol, de brug gaat net open. Niks nieuws, dat gebeurt de hele dag door, dat zijn we gewend in deze tijd van het jaar. Ik wacht in de zon

Vaz Dias What's in a name?

  Vaz Dias                                                                                                                                                         

Vaz Dias is de naam, mijn naam. Ik heb hem al achtenzestig jaar inmiddels. Niks nieuws onder de zon dus. Nee dat klopt, er gaan maanden voorbij, dat ik er niet eens over nadenk. Totdat iemand hem weer eens verkeerd schrijft of vraagt hoe je dat moet spellen. Dan weet ik ineens weer dat het een bijzondere naam is. Er lopen niet veel mensen rond die Vaz Dias heten en eigenlijk zijn degenen die er in Nederland wel mee rondlopen, allemaal familie van mij!

Tot zover de taallessen in de noodopvang

 catalpa

Onze Catalpa mag er dan lang over doen, hij is nog kaal als al zijn collega’s  al uitbundig groen staan te zijn, maar als hij dan ook blad krijgt, doet hij het goed. Enorme bladeren, in een lenteachtige, lichtgroene tint. En dat houdt hij de hele zomer vol, groen zijn, zonder het donker te maken in huis. Als slagroom op de taart, krijgen we in de tweede helft van juli ook nog grote witte bloemtrossen. Ze liggen bovenop de bladeren en moeten dus vanuit de slaapkamer bewonderd worden, maar dat heb ik er voor over.

Dit was de eerste alinea van wat een zomercolumn moest worden, gewoon, over bloemetjes en tuintjes, de zon en de regen. Dat was echt mijn bedoeling. En dan gebeurt er iets

Schoolherinneringen in geur en kleur

 1965

Het is dinsdag, nou niet de dag van de week waar Wilfred en ik naar uitkijken, al weten we dat de paasvakantie er aan komt en de week dus al op donderdag eindigt. Maar dinsdag, we beginnen om tien over acht en hebben dan les tot tien voor zes! Niet om door te komen. 

Bij het wakker worden hoor ik de vader en moeder van mijn vriendin al in de keuken. Door omstandigheden woon ik mijn laatste schooljaar bij haar en de geluiden zijn meer dan bekend. Mevrouw Van der Weijde zet thee en maakt brood klaar, voor haar man en voor ons. Wij draaien ons nog even om, het is nog niet onze tijd. Als we Wilfreds vader “nou, tot vanavond” horen zeggen, weten we dat het onze beurt is. De thee staat er al even en smaakt bitter, zeker bij de witte boterhammen met zoete hagelslag. Ik drink hem manmoedig op.

Visite-oma

visiteoma 

Een oppas-oma was ze niet, ook geen logeer-oma, een spelletjes-oma dan? Nee zelfs dat niet, ze speelde wel, ze bridgete en in het Casino kwam ze ook wel, maar kinderspelletjes waren niet aan haar besteed.

Mijn oma was een visite-oma, een deftige oma. Mijn vader, die veel reisde, bezocht haar elke week in Amsterdam en ook één keer in de week werd er met haar gebeld, op vrijdag, altijd. Ze vroeg dan vast wel “hoe het met de kinderen was”, maar ik kan me niet herinneren dat ik haar ooit zelf aan de lijn kreeg. Oma was niet van ons, zij hoorde bij de grote mensen.