Hoofdmenu

Betty, mijn parapluutje

 Phi 0071

Ik ben mijn parapluutje kwijt! En dan bedoel ik niet zo’n gewoon ding dat je opsteekt als het regent, nee, ik bedoel mijn schuilplekje, waar ik altijd terecht kon als het even niet goed ging. “Als je moeder er niet meer is, ben je je parapluutje kwijt!” Die woorden sprak mijn moeder ooit, heel lang geleden en zij kon het weten, ze moest haar moeder al op haar dertigste missen. Mijn moeder is er inmiddels al twintig jaar niet meer, maar ik kan zeggen dat ik toch een parapluutje had…

Een huis met een hekje

 Leeuwerikstraat43

Het hekje voor ons huis is reeds lang verdwenen. Het huis is al oud, om precies te zijn eenennegentig jaar! Nou weet ik niet of het hekje net zo oud was, maar op een dag brak het en nu staat er alleen nog een paaltje. Netjes in het midden van het pad. Dat paaltje houdt een belofte in, er komt een nieuw hekje! Sterker nog, het hekje bestaat al, het moet alleen nog geplaatst worden. Voor mij betekent dat iets. Zo’n hekje geeft een veilig gevoel. Hoezo? Dat zal ik uitleggen.

Ik ga terug naar de veertiger jaren van de vorige eeuw.

Worteltjes

 worteltjes

In Maarn valt het op, maar het moet nou eenmaal, Betty en Isra hebben allebei een gele ster op hun jas. De kinderen op school zeggen er niet veel van, ze zijn er aan gewend. De buurman van de overkant zei gisteravond nog tegen pappa: “Haal die vreselijke dingen toch van jullie kleren, hier hoeft dat toch niet.” Betty en Isra zouden het ook best willen, zonder ster naar buiten, ze zijn de enigen hier in het dorp met zo’n ding op en dat is niet leuk. Maar pappa en mamma willen het niet, ze vinden het veiliger om maar te doen wat hun gezegd wordt!

Tamar

 

Ze viel meteen op, de eerste les al. Tamar, een vrouw van een jaar of vijftig, open gezicht, enigszins geblondeerd haar, charmant uiterlijk. Ze is bijzonder leergierig, vraagt veel en schrijft alles op wat ze hoort. Ze is ook snel van begrip en hoewel de anderen duidelijk langzamer gaan, wordt ze niet ongeduldig.

Terwijl ik bezig ben met de les, betrap ik me erop, dat ik me zit af te vragen wat haar geschiedenis is.

Maarn 16 augustus 1942

In 1945 ging mijn broer, voor ons Isra, maar voor de meesten Vaz, toen veertien jaar, na zijn onderduikperiode weer naar school. Zijn eerste opdracht was: opschrijven wat hij meegemaakt had. Ik zal proberen zijn boekje te herschrijven. De feiten zijn authentiek, ik probeer zijn verhalen door te geven.

Maarn, 16 augustus 1942

Het is zondagavond, half tien. Het is een mooie zomerdag geweest, niet al te warm, gewoon aangenaam. Het is stil in huize Vaz Dias, de kinderen zijn al naar bed, als er gebeld wordt.