Hoofdmenu

Kom Tweede Kamer, maak een gebaar!

 gebarentaal

Dieren kunnen met elkaar communiceren, daarvan is men in de wetenschap zo langzamerhand wel overtuigd. Waar ze het over hebben, blijft raden natuurlijk. We denken hierbij al gauw aan dolfijnen, maar er zijn ook onderzoeken gedaan naar het roepen en zingen van vogels. Zij schijnen elkaar te kunnen waarschuwen als er gevaar dreigt. Ze zingen dan hoger dan normaal, of juist lager, daar durf ik mijn hand niet voor in het vuur te steken. Van geiten zeggen wij dat ze mekkeren, nou ik weet inmiddels dat ze op Bonaire ook kunnen schreeuwen als kinderen die de weg kwijt zijn en wie weet zijn die kleine geitjes wel van het juiste pad afgedwaald. Het blijft gissen.

Wij mensen beschikken over taal, dat is een ding wat zeker is. Wat zeg ik, niet één taal, vele talen. Dat betekent dat we, om ons in een ander land verstaanbaar te maken, meerdere talen zullen moeten beheersen. In Nederland maken we op school kennis met Engels, Frans en of Duits. Tegenwoordig zelfs hier en daar met Chinees of Spaans. En bij ons, in Friesland komt daar nog een taal bij. 

Fries is de tweede officiële taal in Nederland.  Dat mag ook best, want Fries wordt door een behoorlijk aantal mensen in Nederland gesproken. Het is geen dialect, maar een taal, het  heeft een eigen grammatica, regelmatig ook een eigen woordvolgorde en vooral heeft het een lange culturele geschiedenis.

Nu is er nog een taal in Nederland, ook met een eigen grammatica, een eigen woordvolgorde en een eigen cultuur, die door een aanzienlijke groep mensen gebruikt wordt, maar die geen officiële erkenning heeft en dat is de Nederlandse Gebarentaal, kortweg NGT. Dit jaar heb ik er voor het eerst echt kennis van genomen. Ik heb een beginnerscursus gevolgd bij het Gehoorcentrum in Leeuwarden en ik moet zeggen, dat viel me niet mee! Het betekent niet alleen dat ik een enorme hoeveelheid gebaren moest leren, maar ook dat ik  die gebaren in een bepaalde volgorde moet zetten. Het zal nog wel even duren voor ik dat kan. Nog moeilijker is, dat er mimiek bij komt en lichaamshouding. Dat je niet zomaar een gebaartje maakt,  maar het ook exact op de juiste manier doet, om te voorkomen dat je iets geheel anders zegt. Maar wat ik tot nu toe het aller moeilijkst vind, is het aflezen van gebarentaal, het begrijpen wat iemand mij in NGT wil vertellen, terwijl dat even onmisbaar is als het leren spreken ervan.

Het leren van de beginselen van deze taal heeft me trouwens aan het denken gezet. Stel, je bent doof geboren, of je wordt op jonge leeftijd doof. Dan is gebarentaal jouw eerste taal, niet het Nederlands. Dan is de woordvolgorde van een ondertiteling helemaal niet zo logisch en gemakkelijk.  Of stel je voor, je bent ziek en hebt vragen voor je arts. Hoe doe je dat, hoe druk je precies uit wat je voelt in een, voor jou, niet “eigen” taal. Ik zou het knap lastig vinden als ik dat in een andere dan mijn moedertaal zou moeten doen!

Nu heb ik goed nieuws. Twee leden van de Tweede Kamer, Carla Dik-Faber van de Christen Unie en Roelof van Laar van de PvdA hebben een wetsvoorstel ingediend om de Nederlandse Gebarentaal, NGT, officieel te erkennen. Dat was al eerder gebeurd, maar toen kwam het in het vergeetboek door een kabinetscrisis. Zij hebben het weer opgepakt.  As het voorstel wordt aangenomen, betekent dat meer doventolken, waar dat nodig is, een gebarentolk bij nieuwsuitzendingen, maar bijvoorbeeld ook bij de wekelijkse persconferentie met de minister-president en bij andere uitzendingen die wij allemaal belangrijk vinden.  Maar bovenal erkenning van een taal die door minstens dertigduizend  mensen in Nederland gesproken wordt, waarvan zeker vijftienduizend NGT als eerste taal hebben geleerd.

 Landen als Denemarken, Japan, Nieuw-Zeeland en België zijn ons al voorgegaan. Hier kun je niet tegen zijn, dit is belangrijk. Niet meer wachten, gewoon doen!

Miriam Vaz Dias                               4-10-2016

Plaats reactie