Hoofdmenu

Wij? Mark Rutte?

openbriefrutte

 

Tjonge, jonge, dat was me het dagje wel voor Mark Rutte gisteren. Dat debat moet heel wat voorbereidingstijd gevraagd hebben. Op zijn minst het boek van Bas Haan lezen, wat zeg ik? Bestuderen! En dan nog eens teruglezen wat hij in die twee vorige debatten allemaal gezegd had. Ja, want je kunt niet onbeslagen ten ijs komen natuurlijk. De hele oppositie stond op scherp. 

Toevallig beschreef Mark in het debat ook nog hoe druk die 9e maart 2015 geweest was, toen minister Opstelte en staatssecretaris Teeven moesten opstappen. Hij had het zo druk gehad, dat hij geen tijd gehad had om zijn mail te lezen en dus niets wist van het bedrag waar het in de Teevendeal om ging! Hij zag dat pas tijdens het debat op de tiende, terwijl vijf ambtenaren op zijn ministerie die mail ook gekregen hadden.

Goed, genoeg over de Teevendeal, wat ik maar wilde zeggen, gisteren had Rutte kennelijk nog wel tijd over voor iets anders. Daarvoor gaan we even terug naar maandag. Tot ieders verrassing en/of afgrijzen stond er in alle dagbladen een paginagrote advertentie met daarop een groot half hoofd van een dit keer niet-lachende Rutte met daarnaast een brief die, niet eens vaag, maar gewoon sterk deed denken aan de retoriek van Geert Wilders. Ik schreef daar al over en zal niet in herhalingen vallen.  ‘Geen Pleur op’, maar wel, als het je niet bevalt, vertrek je maar en dergelijke.  Op diezelfde dag stond er ook een interview met hem in het Algemeen Dagblad.

Nu staat er vanmorgen in De Volkskrant tot mijn starre verbijstering al een antwoord van onze minister-president op ingezonden stukken die deze week verschenen zijn. Hij moet wel ’s nachts door geploeterd hebben dit keer! Zou hij toch ontdekt hebben, dat zijn brief van maandag wel erg liet doorschemeren dat hij de strijd met Wilders aan wilde gaan, dat hij nu toch wat plooitjes wil gladstrijken. Hij benadrukt nu dat hij het helemaal niet over bepaalde bevolkingsgroepen heeft en ook niet over vluchtelingen. Maar waarom schrijft hij dan in de advertentie over ‘ons groeiend ongemak’ over mensen die hier de vrijheid misbruiken, terwijl ze juist gekomen zijn voor die vrijheid? Dat gaat niet over zo maar alle Nederlanders, want de meeste daarvan waren hier al lang, die zijn niet op onze vrijheid afgekomen. 

Ook vraagt hij zich af in het AD, of met de komst van de grote groep vluchtelingen vorig jaar, Nederland nog wel Nederland blijft. En of we aan hen die van buiten komen wel voldoende duidelijk maken wat onze normen en waarden zijn. Ik neem maar aan dat hij het hier niet heeft over de krakkemikkige manier waarop inburgeringscursussen worden aangeboden. Hij doelt hier toch duidelijk wel op vluchtelingen en hun eventuele invloed op onze ‘fatsoensnormen’. Hij spreekt in het AD ook over nieuwkomers die de vrijheid hier misbruiken om hun culturele waarden aan ons op te leggen en ons het gevoel geven dat we Nederland uit handen geven.

Misschien wordt mijn irritatie nog niet eens veroorzaakt door de woorden normen, norm en normaal, waar hij uitbundig mee strooit.  Het is het woordje ‘ons’, daarmee het wij/zij-denken steeds opnieuw voedend.

Ligt het aan mij? Het begint me hier steeds minder te bevallen…

Miriam Vaz Dias               27-1-2017

Plaats reactie