Hoofdmenu

Vrouwen en mannen in de Haagse politiek

 vrouwendebat

Twee debatten op tv op één zondag. Een op WNL en een op RTL. Het eerste wordt gevoerd door de nummers twee op de lijst voor de verkiezingen.  Vrouwen dus. Want de eerste plaats is, behalve de Partij voor de dieren en Artikel 1 en o ja, de Piratenpartij, overal bezet door een man.  Als ik de Volkskrant vanmorgen lees, was er maar één debat, dat van RTL, ’s avonds met de lijsttrekkers. De U weet wel, dat debat waarvoor Rutte en Wilders niet wilden komen. Kennelijk was het niet de moeite waard om te gaan luisteren bij WNL. De NRC beperkt zich vanavond tot een mini-column van tachtig woorden.

 Dat was een misser, want het was een prima debat.

Wat mij betreft zelfs beter dan dat van de heren. In de politiek discussiëren de vrouwen namelijk anders dan de mannen. Uiteraard zijn ze het oneens en uiteraard worden er over en weer verwijten gemaakt. Maar dan gaat het over het programma, de afgelopen vier jaar, of de toekomst. Zij lijken minder uit op persoonlijk gewin. Geen haantjesgedrag, zeg maar. Op de vraag of een van hen het premierschap ambieerde, kwam alleen van Mona Keijzer een ja. Jeanine Hennis, VVD, vond dat we al wel een goede premier hadden. Poeh!

Sterk waren vooral Mona Keijzer en Renske Leijten , respectievelijk van CDA en SP. Helder brachten ze hun standpunten naar voren, niks wapengekletter. En laten die twee partijen nou juist in het RTL-debat het slechtst uit de verf komen. Roemer schiep bij elk onderwerp, te pas en te onpas, hetzelfde beeld van de al twintig jaar afgeknepen arbeider, waar hij nu wat voor ging doen.  Renske Leijten kon het ook zonder demagogie. Maar voor mij was Mona Keijzer de beste, zij wierp bij mij echt de vraag op, waarom Buma nog lijsttrekker is.

Op essentiële vragen gaf de zelfbenoemde kandidaat-premier Buma simpelweg niet thuis. Bijvoorbeeld het wetsvoorstel van D’66 over het zelfgekozen levenseinde. Pechtold legde hem de vraag voor of hij bereid was, wanneer hij premier zou worden, die zaak als een vrije kwestie te behandelen. Dat wil zeggen dat ieder Kamerlid persoonlijk zijn keuze kan maken, niet gebonden aan zijn partij dus. Hij gaf ook nog aan dat hij het christelijke, of anderszins religieuze Kamerleden nooit kwalijk zou nemen als zij niet zouden instemmen met de wet. Maar Buma gaf geen antwoord. Gespreksleider Frits Wester drong ook nog eens aan, maar nee, op zo’n ‘waardeloze vraag’ (echt waar, zo zei hij het!) wilde hij geen antwoord geven.

Mona had dit beter gedaan.

Miriam Vaz Dias               27-2-2017

Plaats reactie