Hoofdmenu

Over identiteit, pleur op! en hardwerkende Nederlanders

 verkiezingen

Het is voorbij, de lijsttrekkers  hoeven geen speldenprikjes of dolksteken (al dan niet in de rug), meer uit te delen aan hun opponenten. Nu gaan ze de zo gewenste verbinding maken. Met elkaar dan, niet meer met de hardwerkende Nederlander, die mag terug in zijn socialmediabubbel. Den Haag trekt zich even terug in de fractiekamers. Liepen de kandidaten vorige week elkaar nog overhoop om maar iets voor de camera te mogen zeggen, nu geven ze niet thuis. Geen heli-Henkie, geen Bumor en ook geen Jessias meer.

Wekenlang kregen wij als krantenlezers pagina’s vol met zwevende kiezers, hardwerkend of studerend, bijstand krijgend of tussen twee banen. We mochten meeleven met hun onzekerheid, tot vervelens toe. Waarom ze niet meer op de partij gingen stemmen waar ze jarenlang trouw aan waren geweest, of juist wel. Of zij vonden dat Rutte het geweldig had gedaan of Asscher, of Buma, of juist niet. Al die twijfelaars hebben hun keus nu kunnen maken, hoop ik. Vervolgens krijgen we een heel ander beeld, eveneens paginabreed en minstens zo vervelend. Kaarten en kaartjes van Nederland, groot, klein, in allerlei kleuren, of juist niet. Bedoeld om ons te laten zien hoe en waarom al die zwevers uiteindelijk hun keus gemaakt hebben. Hoe oud ze waren, hoe laat ze in de rij stonden, waar ze woonden enzovoort. Absoluut niet interessant en als je het mij vraagt heel vaak ook onbegrijpelijk. De Volkskrant koos dit weekend voor moeilijke cirkeltjes, nog onbegrijpelijker. Het staat wel vrolijk hoor, maar daar blijft het bij.

Terugkijkend moet ik zeggen dat de debatten me nog het meest geboeid hebben. Ze hadden niet direct  nieuwswaarde, maar er zat wel dynamiek in. Het blijft boeiend om te zien, hoe politici als kemphanen tegenover elkaar kunnen gaan staan, terwijl ze in werkelijkheid vaak dezelfde richting hebben gekozen de afgelopen jaren.  Buma, die zich zeer rechts opstelde bijvoorbeeld, maar voor negentig procent met de regeringsvoorstellen meestemde in de afgelopen jaren. De goede debater, Pechtold en de krabbelaar Krol. Ik zal ze vast nog missen.

Ronduit droevig was het om te zien hoe Lodewijk Asscher constant in de spagaat terecht kwam van vier jaar regeren en nu afstand nemend van de VVD en zich verbindend tonend naar de linkse kant. Rutte had het wat dat betreft een stuk gemakkelijker, hij hoefde alleen maar steeds te roepen dat de hardwerkende Nederlanders het dankzij hem nu goed hebben.

Vooruitkijkend dan, lijkt het erop dat een kabinet over rechts met D66 en SGP de meeste kans maakt. En misschien is dat ook wel het beste. De PvdA wil in de oppositiebankjes, terecht lijkt me zo. Jesse Klaver kan in de oppositie verder groeien, beter dan in een kabinet te moeten stappen met de VVD en te veel water bij de wijn te moeten doen.

Ten slotte wil ik de wens uitspreken dat alle, hierboven cursief gedrukte woorden gauw verdwijnen, samen met  onze identiteit en het politieke landschap. En pleur op met al dan niet verkeerd populisme!

Miriam Vaz Dias                               19-03-2017

Plaats reactie