Hoofdmenu

To be or not to be Charlie

To be or not to be Charlie

Iemand is op het idee gekomen, “Je suis Charlie”, bedoeld om aan te geven dat men voor vrijheid van meningsuiting is. Het werd gescandeerd, op posters en spandoeken meegedragen, in kranten afgedrukt en zelfs door politici uitgesproken. Wat een vondst! Iedereen liep er letterlijk mee weg.

Dat wil zeggen… de eerste twee dagen.  De reactie kwam al snel. “Ik ben geen Charlie”. Eigenlijk kwam het uit een hoek waaruit je dat op het eerste gezicht niet zou verwachten, namelijk van journalisten en cartoonisten. Collega’s van de slachtoffers van de gebroeders Kouachi. En niet omdat ze niet voor vrijheid van meningsuiting waren, maar omdat velen van hen zich bewust beperken. Niet alles willen schrijven of tekenen wat mag, maar liever rekening houden met gevoelens van de ander. Niet uit angst, maar uit overtuiging. En natuurlijk zijn er die zorgen hebben over hun achterban, familie en vrienden en dat lijkt me óók volkomen legitiem, gezien de gebeurtenissen bij Charlie Hebdo. Angst is een slechte raadgever, maar hier is enige voorzichtigheid geen schande.

Er is ook nog een andere reactie, die van de achtergeblevenen op de redactie in Parijs. Vanmorgen las ik het relaas van een van de overlevenden. Zij vertelde over de angst en het verdriet. Hoe ze tien van haar collega’s daar dood had zien liggen.  Vervolgens sprak ze haar verbazing uit over het feit dat er ineens zo veel fans waren. Mensen die in de rij staan om het laatste nummer te bemachtigen. Een paar miljoen exemplaren vlogen over de toonbanken in en buiten Frankrijk.

Waren dat echte Charlies? Of ging het ze alleen maar om “de heb”. We zullen zien, hoe het met de volgende edities gaat. Als ik Charlie was, zou ik het aantal maar gauw terugschroeven…

Miriam Vaz Dias


Plaats reactie