Hoofdmenu

Arjen Lubach en Klaas Dijkhoff, hoe krijg je ze bij elkaar!

 Lubach© Twitter.com

Jarenlang is het taboe geweest. Kernenergie, een vies woord was het, een gevaarlijke vorm van stroomopwekking, duur en bedreigend. Want wat doe je met het afval, dat nog duizenden jaren een gevaar blijft en als er iets mis gaat? Het hoeft geen tsunami te zijn, maar zo’n centrale kan ook andere beschadigingen oplopen. Zijn we dan ons leven nog zeker?

Het zijn legitieme vragen die men zich al jaren stelt.

Echter, in de jaren zeventig en tachtig ontstond er al verzet tegen. Energie moesten we liever uit natuurlijke bronnen halen, zoals wind en zonlicht. Dat was een goed idee, Borssele ging dicht, er kwamen windmolens en vooral de laatste tien jaar verschijnen er steeds meer zonnepanelen op de daken van gebouwen en in weilanden. Maar de hoeveelheid stroom die zo opgewekt wordt is maar een schijntje van wat we verbruiken. Luchtvervuilende kolencentrales doen de rest.

Door die manier van energie opwekken stoten we veel te veel CO2 uit met z’n allen. Voor een groot deel veroorzaakt door de industrie, wij willen immers almaar meer en mooier. We vliegen meer, rijden ieder in onze eigen auto en ga zo maar door. Kortom, als we niet uitkijken is de ijskap straks zo ver gesmolten, dat de zeespiegel veel hoger wordt en dat ons land half onder water loopt. En dat is niet het enige. Er ontstaan op de gehele aarde grote droogtegebieden en andere delen van de wereld krijgen juist te maken met heel veel nattigheid. De natuur gaat eraan kapot.

Er zijn internationaal afspraken gemaakt om de CO2-uitstoot drastisch te verlagen. Dat moet, daar zijn de meesten het ook wel over eens. Trump ligt weliswaar dwars en trekt de VS terug uit het daartoe gesloten verdrag en Thierry Baudet gelooft er ook niet in, maar verder… Helaas is dit allemaal niet genoeg. Het moet sneller en beter. Tijd dus voor “omdenken”. Zoals het nu gaat lukt het niet, dus moet het anders, linksom of rechtsom.

Vanaf vorige week zo ongeveer, mogen we weer aan kernenergie denken. Dankzij, geloof het of niet, in de eerste plaats Arjen Lubach en in zijn kielzog nota bene Klaas Dijkhoff! De eerste besteedde in zijn Zondag met Lubach uitgebreid aandacht aan het probleem. Het was een gedenkwaardig moment. Lubach verstaat de kunst van het omdenken als geen ander en draagt ook goede argumenten aan. Er is echt over nagedacht, geen gemakkelijke flauwe grapjes, gewoon een serieus verhaal, waar je wat aan hebt. Ondersteund met goed beeldmateriaal. Bijvoorbeeld over hoe je dat kernafval wel degelijk kunt opslaan en dat de doden in Fukushima niet omkwamen door straling maar door de tsunami, die de kerncentrale vernielde. Oké, hij vertelde niet dat tienduizenden geëvacueerd moesten worden uit een groot gebied, dat voor lange tijd onbewoonbaar is verklaard. Dat zij hem vergeven. Je kunt niet alles in een half uurtje zendtijd.

Fractievoorzitter van de VVD, Klaas Dijkhoff, volgde Lubach na in een Nieuws Uur-uitzending twee dagen later. Hij ziet er ook wel wat in. Inmiddels is er ook een enquête gehouden door Eén Vandaag, waaruit blijkt dat een meerderheid van de Nederlandse bevolking er wel over wil nadenken. Datzelfde geldt overigens voor meer dan de helft van de Tweede Kamer.

In Duitsland hebben ze alle kerncentrales na de ramp in Fukushima gesloten. Gevolg: een groot deel van de energie van de buren komt uit sterk vervuilende bruinkoolcentrales. Hier wordt geen bruinkool verstookt voor energie, maar wel steenkool. Ook vervuilend en eigenlijk zouden die centrales ook dicht moeten. Maar ja, dan moet er wel een alternatief zijn.

Ik denk dat het de moeite waard is om op zijn minst te kijken of kernenergie een oplossing biedt. Jesse Klaver is dat helaas (nog) niet met me eens. Hij wijst het idee gewoon af. Dat is mij te kort door de bocht.

Het schijnt nogal wat tijd (en geld!) te kosten om zo’n centrale te bouwen. Maar misschien is het de enige oplossing. Ik ben Arjen Lubach zeer dankbaar voor het opengooien van de deur naar discussie. Vanavond is hij weer op de buis, ik zit klaar!

Miriam Vaz Dias

Plaats reactie