Hoofdmenu

De boerka-wet, pure pesterij

KJ1997 ©Klaas Jan Kliphuis 1997

Het is zondagmiddag, een uur of twee. Het waait wel, het regent niet en de temperatuur is redelijk. Tijd dus voor een wandelingetje. Ik doe dat elke dag en het verveelt eigenlijk nooit. De ene keer zijn de tuinen die ik passeer interessant, een andere keer zijn het de mensen. Vandaag richt ik mij op de laatsten. Een man staat, in een naar mijn smaak onelegante halflange broek, te kijken hoe zijn vrouw de tuin schoffelt. De haarkleur van zijn echtgenote zou je rood of oranje kunnen noemen. Vastgesteld kan worden dat zij vast niet met die kleur haar geboren is, die komt uit een potje. Maar goed, het is haar keus en zo te zien vindt hij het best.

De brug is natuurlijk dicht, dat is normaal in Leeuwarden in deze tijd van het jaar. Je kunt er vanuit gaan dat, wanneer je binnen een uur heen en terug naar de stad loopt, je twee keer moet wachten op passerende plezierbootjes. Ik wacht niet alleen en als ik om me heen kijk, zie ik dat mijn collega-wachters er anders uitzien dan ik hier gewend ben. Ik zie bovenmatig veel zwarte kleding, T-shirts met bliksemschichten en teksten erop. Mannen en vrouwen met lange paardenstaarten, tatoeages en veel kettingen. Op het eerste gezicht zou er iets agressiefs van uit kunnen gaan, maar dat is allerminst het geval. Iedereen staat of loopt gezellig met elkaar te kletsen en ook de terrassen zitten vol met lunchende mensen in het zwart. Het is allemaal heel gemoedelijk. Eigenlijk niet anders dan anders, behalve die kleding dan.

Natuurlijk, schiet mij te binnen, er is een Hardrock-festival dit weekend en deze mensen houden van die muziek en hun uitmonstering maakt deel uit van die liefde. En zo zit dat dus. Wij mensen tonen door middel van onze ‘aankleding’, wie we zijn en waar we bij willen horen. Soms heel nadrukkelijk en soms juist niet. De mevrouw met het oranje haar even goed als die mensen in het zwart. En ik dan? Ik kijk naar mezelf in een etalage en zie een zwart jasje en daaronder een misschien wat saaie, beige broek. Degelijke stappers, kort grijs haar. Kortom, voor die anderen ben ik ook herkenbaar, ik hoor bij de grijze golf. Ja oké, misschien wat kleurlozer, maar dat mag ook!

Automatisch gaan mijn gedachten naar de non-discussie van deze zomer, wel of niet een boerka of nikaab. Vooropgesteld zij, dat de boerka hier weinig tot niet voorkomt. Je ziet hem wel eens in Afghanistan bijvoorbeeld, vaak in het blauw. De vrouw die hem draagt is er helemaal door bedekt. De nikaab laat de ogen vrij. Ik geloof dat er in Nederland zo’n honderdvijftig vrouwen zijn die hiervoor kiezen. Ja, kiezen. Gisteren hebben zij er zelfs voor gedemonstreerd in Den Haag om te mogen dragen wat zij willen, zich veilig op straat te kunnen begeven met hun nikaab. Zonder dat ze een ‘boerka-buddy’ nodig hebben om hen te beschermen.

Ik hou niet van oranje geverfd haar en ook niet van nikaabs en zwarte T-shirts met veel tatoeages. Dus draag ik die niet. Maar er zijn vast ook mensen die mijn outfit niks vinden en iets anders kiezen, wat mij betreft mogen ze. Die hele boerka-wet, gesteund door onder anderen het CDA (let op de C die voor naastenliefde zou staan) is puur pesterij en hoort niet in een vrij land als het onze.

Miriam Vaz Dias

Plaats reactie