Hoofdmenu

Politiek

Donald Trump... en wat nu?

 65331 amerikaanse verkiezingen

Om half drie vannacht hielden we het voor gezien. Niet gerustgesteld, zoals we hadden gehoopt, maar met de tablet naast het kussen. Al voor de wekker afgaat, ben ik wakker. Uiteraard grijp ik meteen naast me, naar rechts wel te verstaan, waar het nieuws ligt, Hans laat ik nog even slapen. Ik open de site waarmee ik geëindigd ben gisteravond en daarna maai ik naar links. “Op het scherm staat 265 in rood, nog vijf kiesmannen te gaan voor Trump dus”. Ik schiet mijn bed uit op zoek naar nieuws dat ik niet wil krijgen. Even later, als we aan de ontbijttafel zitten, is het een feit, Trump wordt de nieuwe president.

We zitten letterlijk sprakeloos tegenover elkaar.

Clinton vs Trump, 2.0

ClintonTrump 

We zijn er eens voor gaan zitten, het tweede debat van Clinton en Trump. Alhoewel, een debat kon je het eigenlijk niet noemen. Het was niet eens een tweegesprek. De bedoeling was dat mensen uit het publiek vragen zouden stellen en dat beide presidentskandidaten erop zouden antwoorden. De dame die de eerste  vraag stelde, wilde weten of het nog wel verantwoord was om kinderen naar de televisie te laten kijken in deze tijd. Goede vraag , vond Hillary ook, maar een antwoord kwam er niet. In de eerste ronde wilde zij liever haar plannen kwijt Het sloeg natuurlijk op het filmpje waarin Trump zich zeer platvloers uitlaat over wat hij allemaal met vrouwen zou kunnen en willen.

Trump had dit uiteraard voorzien

Kom Tweede Kamer, maak een gebaar!

 gebarentaal

Dieren kunnen met elkaar communiceren, daarvan is men in de wetenschap zo langzamerhand wel overtuigd. Waar ze het over hebben, blijft raden natuurlijk. We denken hierbij al gauw aan dolfijnen, maar er zijn ook onderzoeken gedaan naar het roepen en zingen van vogels. Zij schijnen elkaar te kunnen waarschuwen als er gevaar dreigt. Ze zingen dan hoger dan normaal, of juist lager, daar durf ik mijn hand niet voor in het vuur te steken. Van geiten zeggen wij dat ze mekkeren, nou ik weet inmiddels dat ze op Bonaire ook kunnen schreeuwen als kinderen die de weg kwijt zijn en wie weet zijn die kleine geitjes wel van het juiste pad afgedwaald. Het blijft gissen.

Wij mensen beschikken over taal, dat is een ding wat zeker is. Wat zeg ik, niet één taal, vele talen. Dat betekent dat we, om ons in een ander land verstaanbaar te maken, meerdere talen zullen moeten beheersen. In Nederland maken we op school kennis met Engels, Frans en of Duits. Tegenwoordig zelfs hier en daar met Chinees of Spaans. En bij ons, in Friesland komt daar nog een taal bij. 

Fries is de tweede officiële taal in Nederland.  Dat mag ook best, want Fries wordt door een behoorlijk aantal mensen in Nederland gesproken. Het is geen dialect, maar een taal, het  heeft een eigen grammatica, regelmatig ook een eigen woordvolgorde en vooral heeft het een lange culturele geschiedenis.

Nu is er nog een taal in Nederland, ook met een eigen grammatica, een eigen woordvolgorde en een eigen cultuur, die door een aanzienlijke groep mensen gebruikt wordt, maar die geen officiële erkenning heeft en dat is de Nederlandse Gebarentaal, kortweg NGT. Dit jaar heb ik er voor het eerst echt kennis van genomen. Ik heb een beginnerscursus gevolgd bij het Gehoorcentrum in Leeuwarden en ik moet zeggen, dat viel me niet mee! Het betekent niet alleen dat ik een enorme hoeveelheid gebaren moest leren, maar ook dat ik  die gebaren in een bepaalde volgorde moet zetten. Het zal nog wel even duren voor ik dat kan. Nog moeilijker is, dat er mimiek bij komt en lichaamshouding. Dat je niet zomaar een gebaartje maakt,  maar het ook exact op de juiste manier doet, om te voorkomen dat je iets geheel anders zegt. Maar wat ik tot nu toe het aller moeilijkst vind, is het aflezen van gebarentaal, het begrijpen wat iemand mij in NGT wil vertellen, terwijl dat even onmisbaar is als het leren spreken ervan.

Het leren van de beginselen van deze taal heeft me trouwens aan het denken gezet. Stel, je bent doof geboren, of je wordt op jonge leeftijd doof. Dan is gebarentaal jouw eerste taal, niet het Nederlands. Dan is de woordvolgorde van een ondertiteling helemaal niet zo logisch en gemakkelijk.  Of stel je voor, je bent ziek en hebt vragen voor je arts. Hoe doe je dat, hoe druk je precies uit wat je voelt in een, voor jou, niet “eigen” taal. Ik zou het knap lastig vinden als ik dat in een andere dan mijn moedertaal zou moeten doen!

Nu heb ik goed nieuws. Twee leden van de Tweede Kamer, Carla Dik-Faber van de Christen Unie en Roelof van Laar van de PvdA hebben een wetsvoorstel ingediend om de Nederlandse Gebarentaal, NGT, officieel te erkennen. Dat was al eerder gebeurd, maar toen kwam het in het vergeetboek door een kabinetscrisis. Zij hebben het weer opgepakt.  As het voorstel wordt aangenomen, betekent dat meer doventolken, waar dat nodig is, een gebarentolk bij nieuwsuitzendingen, maar bijvoorbeeld ook bij de wekelijkse persconferentie met de minister-president en bij andere uitzendingen die wij allemaal belangrijk vinden.  Maar bovenal erkenning van een taal die door minstens dertigduizend  mensen in Nederland gesproken wordt, waarvan zeker vijftienduizend NGT als eerste taal hebben geleerd.

 Landen als Denemarken, Japan, Nieuw-Zeeland en België zijn ons al voorgegaan. Hier kun je niet tegen zijn, dit is belangrijk. Niet meer wachten, gewoon doen!

Miriam Vaz Dias                               4-10-2016

Troonrede staat tot verkiezingen als geel staat tot blauw

 geel en blauw

Schilderen met olieverf is niet eenvoudig, dat vraagt heel veel oefening. Alleen al het mengen van kleuren. Gisteren ben ik met een nieuwe cursus begonnen, de eerste opdracht was: maak uiterst links en uiterst rechts een blokje. Het ene geel, het andere blauw. Tussen die twee blokjes komen ook blokjes, links met veel geel, rechts met veel blauw. Heel geleidelijk ga je zo van de ene naar de andere kant. En dat ziet er prachtig uit, een kleurenladder heet dat geloof ik. Al mengend en schilderend, dacht ik toch af en toe even aan de troonrede en de verkiezingen.  En ik zag een parallel.

De Tweede Kamer als boksbal

 Wilders

Een verkiezingsprogramma op een A-4tje. Als je zoiets durft te presenteren, heb je geen hoge pet op van je landgenoten. Dan kan het niet anders of je ziet de kiezer als een onderontwikkeld, dom mens. Iemand die nauwelijks tot tien kan tellen en die je dus niet serieus hoeft te nemen. Als je meer blaadjes vult, zo denkt Geert, dan snappen die arme mensjes het niet meer.  Of, en dat kan ook, je vindt dat de inhoud er niet toe doet, als je maar duidelijk maakt, dat er niet naar “het volk” geluisterd wordt. Waarbij je zo formuleert, dat de zinnen recht uit de onderbuik van de samenleving komen.  Over oplossingen heb je het gewoon niet.  

Wat overigens niet op dat ene velletje kon