Hoofdmenu

Recensies

Een indrukwekkende kennismaking met Nicolien Mizee, via de fax

 NMizee1

Ger, mijn Ger, lieve Ger, Ger van mijn hart en dan als overtreffende trap, Allesverpletterende. Met een aanhef als deze, beginnen de faxen die Nicolien Mizee jarenlang, bijna dagelijks stuurt naar haar docent scenarioschrijven, Ger Beukenkamp. Vanaf het eerste college op de Schrijversacademie is ze diep onder de indruk van hem. Aanvankelijk schrijft ze over het huiswerk, de opdrachten en wie ze daarover spreekt. Dat duurt maar even, dan komt ze tot de ontdekking dat ze Ger wel geschreven heeft, maar dat ze geen huiswerk mee kan sturen, simpelweg, omdat ze dat nog niet gemaakt heeft.

Hoe de fundering van een huis én een familie dreigt in te storten

 Houtrot

 

Het is het beroemdste spookhuis van Amsterdam. Het Huis met de Gouden Ketting aan de Keizersgracht 268. Hoofdpersoon Bram Wenksterman nodigt de lezer op de eerste pagina al uit om dat zelf maar eens op te zoeken. Deze lezer doet dat uiteraard meteen en wat blijkt? Zoeken is niet nodig, het is meteen raak, het huis bestaat, dat wil zeggen het bestaat weer. In 1998 stortte het in en inmiddels is het volledig herbouwd en het ziet eruit of het nooit weg geweest is. Volgens de verhalen op internet spookte het er. Bram vertelt dat zijn betovergrootmoeder een einde aan haar leven maakte, toen ze hoorde dat haar man bij een brand was omgekomen. Zij spookte daar nog rond.

Nu woont Bram, zevende generatie inmiddels,

Een verhaal over liefde met een wild randje

vrouwofvos

Het is geen gewoon verhaal. Stel je voor, een jong echtpaar wandelt in het bos en van het ene moment op het andere verandert de vrouw in een vos! Door de eeuwen heen zijn er boekenkasten vol verhalen over vossen geschreven en hele bibliotheken over jonge echtparen, maar deze combinatie zou je uniek kunnen noemen.

Esther Gerritsen op haar best. Een fijnzinnige interactie tussen uiteenlopende karakters

De trooster

Jacob is koster, lekenkoster, al noemt hij zichzelf ook wel conciërge. De broeders kunnen hem alles vragen, hij zegt nooit nee. Maar of hij echt bij de gemeenschap hoort?

‘Hoe ik het zelf zou omschrijven? Ik weet heus wel dat het voor het gemak van het retraitecentrum is en dat de gastheer of gastvrouw hier ’s nachts nooit hoeft te slapen, in geval van nood kunnen de gasten altijd bij de conciërge aankloppen. Ik weet heus wel… Jacob, je bent ondankbaar, ze hadden je niet hoeven opnemen. Hebben ze me opgenomen? Echt opgenomen? Ik ben blij dat ik hier woon. Ik neem deel aan de diensten, ik eet met de broeders, hun huiskamer is de mijne. Officieel besta ik in hun gemeenschap niet.’

Schilders komen tot leven bij María Gainza

oogzenuw

Als je de laatste bladzijde omgeslagen hebt van Oogzenuw, wil je meteen opnieuw beginnen. Want wat heb je nou eigenlijk gelezen. Een schilderijententoonstelling in woorden, of een, al of niet autobiografische, verhalenbundel van iemand die van kunst houdt. Een eenduidig antwoord is er niet. Het debuut van María Gainza, elf korte verhalen bevattend, vormt een evenwichtig samenstel van beide.

Elk verhaal vormt een vloeiend samengaan van alledaagse gebeurtenissen en een uiteenzetting over een door de vertelster bewonderde schilder. Dat laatste doet ze op zo’n boeiende en aanstekelijke manier, dat je als lezer de doeken voor je ziet en ze samen met haar bewondert. De schilder komt tot leven, in zijn tijd en in zijn omgeving.

Sfeervol, maar ook beklemmend

 Espedal

Voor ons, Nederlanders, is de Noorse literatuur een vrijwel onbetreden terrein. Henrik Ibsen, de toneelschrijver kennen we en sinds een aantal jaren natuurlijk ook Karl Ove Knausgård, die zich een welverdiende plaats wist te veroveren in onze boekenkasten. Nu wordt daar een nieuwe naam aan toegevoegd. Tomas Espedal, nog niet eerder verscheen een boek van hem in het Nederlands. Terwijl hij in de Scandinavische landen een zeer gewaardeerd wordt, hij heeft inmiddels veertien romans en enige dichtbundels op zijn naam staan. Hoog tijd dus voor een kennismaking.