Hoofdmenu

Reizen

Ayo Bonaire, hallo Leeuwarden

flamingoairport

Als er nergens meer iets van ons rondzwerft, zelfs alle laders uit de stopcontacten verdwenen zijn en alle handdoeken en lakens hangen te sneldrogen in zon en warme wind, kunnen we zeggen dat we klaar zijn voor vertrek. Maar het zou onzinnig zijn om nu, om half elf weg te gaan. Ons vliegtuig stijgt pas om kwart over vijf op. We halen de belegde broodjes die we onszelf vanaf de eerste dag al beloofd hadden en strijken neer op ons prachtige terras. Geen straf hoor, het is daar heerlijk, oh wat zal ik dit missen!

Om drie uur dragen we het huis én de sleutelbos over en stappen we bij Albert in de taxi.

We kennen hem inmiddels, hij heeft ons ook opgehaald toen we aankwamen. Hij steelt mijn hart als hij midden op de weg stopt voor zo’n eigenwijze eilandbewoner. Mijnheer Leguaan verroert geen spier, blijft zitten waar hij zit, arrogant als altijd. Albert rijdt keurig om hem heen.

Bonaire International Airport Flamingo, de naam is bijna groter dan het vliegveld. We checken in en kijken waar “Gate 2” is. Dat blijkt makkelijk, er is maar één wachtruimte met meerdere deuren, op een daarvan staat Gate 2. We gaan zitten met ons flesje water, duur gekocht, want onze eigen flesjes verdwenen bij de controle rigoureus in de prullenbak. En dan gebeurt het, ik heb me jarenlang afgevraagd of ik nog eens zou meemaken: “Wil mevrouw, respectievelijk Mrs. Vaz Dias zich even bij de balie melden?”  We kijken elkaar aan, het was toch gewoon water? Weer door de poortjes, weer spulletjes in een mandje doen, weer langs de douane en dan naar de balie, geen extra mooie stoelen in het vliegtuig, nee hoor, een klein administratief foutje, dat is alles! Terug neem ik dezelfde obstakels in omgekeerde volgorde en twintig minuten later ben ik weer bij Gate 2. Hans staat inmiddels ongerust te kijken, hij dacht al dat ze me wilden houden daar!

Van Bonaire naar Aruba is een kwestie van opstijgen en landen, een goed half uur. De koffers blijven gelukkig in het ruim, maar alle handbagage moet er uit. Transfer heet dat en we ondergaan, iets minder blijmoedig dezelfde controles als op Bonaire. Zelfs de schoenen moeten uit. Dan volgt het wachten, Aruba Airport is heel modern en vrij groot, maar ook hier is wachten vervelend. De pizzapunten zijn van fors formaat, ik neem er dus een voor ons samen, twee flesjes water erbij, vijftien dollar alstublieft!

Als we weer uitgebreid gecontroleerd zijn, mogen we het vliegtuig in. Al taxiënd vertelt de gezagvoerder ons, dat hij eerder gaat vertrekken en dat hij er negen uur en tien minuten over denkt te doen. Hij wil dat bereiken door net iets harder te vliegen dan normaal. Echt waar, dat zegt hij. En waarom? “Omdat Amsterdam wil, dat het vliegtuig zo snel mogelijk terug is op Schiphol”. Nu heb ik best vertrouwen in die crew hoor, maar het zat toch ergens in mijn achterhoofd, de hele vlucht, waarom moeten we zo haasten, is gewoon snel, niet snel genoeg? Is dat vliegtuig er wel op gebouwd? Mijn vader zei vroeger altijd, “als het je tijd is ga je toch, maar wat als het de tijd van de piloot is?” Maar ja, tegenwoordig zitten ze geloof ik met drie of vier man in die cockpit, dus daar maak ik me maar geen zorgen over.

De vlucht verloopt uitstekend, geloof ik, want verstand heb ik er niet van. Ik heb niet het idee dat het vliegtuig er last van heeft in elk geval. Het is wel benauwd. We zitten helemaal ingebouwd, weinig ruimte tussen de stoelen en met buren voor ons, die de stoel zo ver mogelijk naar achteren willen hebben, wordt het er niet beter op. Tel daarbij oververmoeide ouders met nog oververmoeidere (kan dat?) kleine kinderen, dan weet je genoeg.

De maaltijd valt niet tegen dit keer en in het donker steken we die hele grote plas over. Het lijkt wel of het hele vliegtuig slaapt, behalve de bemanning, hoop ik en wij. Zo saai, maar ja, Bonaire is niet naast de deur, dat wist ik van tevoren.  Ontbijt zit er niet meer in bij Tui en de flesjes water zijn € 2,50 per stuk, tja, een mens moet wat en op Schiphol hebben ze vast wel een broodje voor twee uitgehongerde wereldreizigers.

De gezagvoerder houdt woord, we landen om half elf, (officiële tijd was kwart voor twaalf!). Het ontvangstcomité bestaat uit minstens tien politiemensen, compleet met snuffelhonden en wapens, op elke hoek nog eens zeker vijf mensen van de douane en dan poortjes, veel poortjes. Onze koffers liggen natuurlijk weer het laatst op de band, maar dan kunnen we toch naar huis. Inmiddels zijn we vierentwintig uur op de been.

Het huis is koud, zo koud! Verwarming aanzetten is het eerste wat ik doe en dan warme kleren aan. Er wacht ons een aangename verrassing. Als we zesentwintig uur na vertrek de koffers openmaken komt ons een warme lucht tegemoet. Kleren, laptops en alle wat erin zit, is warm, Bonairiaans warm, ik krijg nu al bijna heimwee!

Miriam Vaz Dias                               25-10-2016

Plaats reactie