Hoofdmenu

Reizen

Bonaire III

Bonaire

Het eiland is heel kleurrijk, om te beginnen de bevolking. Het is een smeltkroes van mensen uit de hele wereld. Je ziet er oorspronkelijke bewoners, afstammend van de eerste indianenstammen die erheen trokken, Zuid-Amerikanen, Afrikanen, Europeanen, maar ook Aziaten en alle soorten mensen daar tussenin. Er wonen er zo’n zeventienduizend, het grootste deel in Kralendijk, de hoofdplaats en de rest in Rincón, dit zijn ook de enige plaatsen op het eiland.  De rest is ruig gebied, droog, warm en bezaaid met rotsen, cactussen en de meest grillige bomen die ik ooit gezien heb. Hier en daar in het land staat een huis, vaak van hout, kleurig beschilderd (geweest), met eromheen een stuk grond, waarop vaak oude vervallen voertuigen staan en andere,  ondefinieerbare zaken.

 

Rincón is de oudste nederzetting en ligt in een dal, in het binnenland. De inwoners van het plaatsje vormen een zeer hechte gemeenschap. Ze houden zich aan oude tradities en kennen elkaar allemaal. Hun grootste hobby is feesten, met veel muziek en dans. Wij aten in de  Posada Para Mira in Rincón en praatten daar met Julianca.JuliancaEen vrouw van achtentwintig, ze is in Rincón geboren en heeft in Nederland gestudeerd, ze is  teruggekeerd naar het eiland. Ze wil haar moeder graag helpen in het bedrijf en haar twee dochtertjes daar opvoeden. Ze is blij weer terug te zijn op Bonaire. De mensen uit Rincón gaan voor hun boodschappen liever niet naar Kralendijk (“Playa”), te duur. Ze zorgen voor zichzelf, vertelt Julianca.   Het is in dat restaurant, dat we de traditionele leguanenstoofpot eten. Een groot overdekt terras, waar een heerlijk windje doorheen waait en een goede, verse keuken, maakt dat we er graag weer terugkomen. Op zondag vierden we er onze trouwdag en was er zelfs live muziek!

KralendijkKralendijk heeft een oude kern, die opgebouwd is uit kleurig gepleisterde stenen huisjes. Geen hoogbouw daar, want niets mag hoger zijn dat het oude, drie verdiepingen tellende Gezaghebbershuis. Als ik op een ochtend ineens een flatgebouw zie vanaf ons terras, blijkt dat geen flatgebouw, maar een tien verdiepingen tellend cruiseschip. Heel Playa in rep en roer. Een markt op het pleintje, hordes, veelal Amerikaanse, toeristen. Net iets opvallender uitgedost dan de toch best uitbundig geklede Bonairianen. cruiseschip1cruiseschip2

 

Op een of andere manier staat het de bewoner van dit eiland ook en doet het bij deze toeristen eerder denken aan een circusuitmonstering. Ik meen ook te kunnen zien dat ze misschien goed, maar in elk geval veel te eten krijgen op dat varende flatgebouw. Tjonge jonge wat een overtollig vet! Het kan niet gezond zijn. En dan is er op de markt natuurlijk ook nog allerlei voedsel te koop. Van grote zoete lolly’s tot heerlijke hartige hapjes. En alles gaat er in alsof het voor het eerst is sinds lange tijd, dat ze iets te eten krijgen.

Ook in Kralendijk hebben we leuke ontmoetingen. Christian, een Nederlander van begin dertig, die er een jaartje wilde werken, maar is blijven hangen in de horeca. Gevallen voor het relaxte leven. Ruud Stelten is archeoloog en heeft het voor elkaar gekregen om midden in het stadje een museum te beginnen dat de geschiedenis van het eiland vertelt, aan de hand van archeologische vondsten.  Een en ander in een prachtig gerestaureerd huis, boeiend om te bekijken.

EsperanzaEsperanza werkt bij Captain Don’s Habitat, een resort met bijbehorend restaurant “Rum Runners”. Ze lacht altijd en weet je het gevoel te geven, dat ze blij is, dat juist jij er bent. Ook daar zijn we dus regelmatig te vinden. Je kijkt er uit over de baai en aan de overkant daarvan op Klein Bonaire, een onbewoond eiland van zo’n zes vierkante kilometer en een paradijs voor duikers en snorkelaars. Esperanza spreekt Spaans, Papiamento en Engels, geen Nederlands. Overigens is het geen uitzondering dat een Bonairiaan alle vier de talen machtig is. Thuis wordt vaak Papiamento of Spaans gesproken, op school spreken de kinderen Nederlands.

Bonaire vormt met Saba en Sint Eustatius de BES-eilanden. Het zijn buitengewone gemeenten van Nederland. Dat betekent eigenlijk dat ze bij ons land horen, maar niet dezelfde, lees financiële, rechten hebben als bijvoorbeeld de gemeente Leeuwarden of Hengelo. Dat zou te duur worden! De Bonairiaan heeft dan ook vaak het gevoel dat hij wel veel moet, maar niet veel krijgt, als Nederlands staatsburger. Hij gaat stemmen, net als wij, voor een parlement dat zich niet echt druk maakt om zijn noden. Hij is verplicht op 27 april de kinderen vrij van school te geven, terwijl 30 april er een nationale feestdag is en iedereen daar graag aan wil vasthouden. Vorig jaar waren de koning en de koningin daar, de bewoners van Bonaire hebben toen een verzoek ingediend…

De economie drijft op het toerisme en in mindere mate op de zoutwinning, als het toerisme wegvalt, gaat het eiland failliet, vrezen de bewoners. Omdat alles geïmporteerd moet worden, zijn de dagelijkse voedingsmiddelen wanstaltig duur. Een half litertje Campinamelk kost drieënhalve dollar, yoghurt van Curaçao  afkomstig doet nog altijd drie dollar per driekwart liter. De wegen zijn bar slecht, veel gaten en veel onverharde wegen. En dan vragen ze een jaarlijkse APK van de mensen! Garages zijn er niet voor en de auto’s waarin de Bonairianen rijden zijn vaak  pick-ups, die door het zout worden aangevreten en niet al te jong meer zijn. Onze regels passen daar helemaal niet!

pickup

De laatste jaren is het inwoneraantal toegenomen. Er trekken veel jongeren weg en daar komen behoorlijke aantallen Nederlandse en Amerikaanse pensionado’s voor in de plaats, die er hun, vaak dure huizen bouwen. Ik hoop dat het de economie een beetje helpt, de mensen van Bonaire zijn het waard.

Miriam Vaz Dias       30-10-2016

Plaats reactie